Skip to content

De Verdieping / Activisme / Architectuur / Identiteit / Leefwereld / Lichaam / Posthuman / Radical Austria / Technologie

Zó Posthuman (2): Capsules: de ‘bubbels’ van de Sixties

Dit is de tweede column van Fredric Baas van een terugkerende reeks. Hierin deelt de conservator zijn inzichten over alles wat met ‘posthuman’ te maken heeft.

Waar denk je aan bij het woord bubbels? Champagne of bellenblazen? Of denk je misschien aan de ‘filterbubbels’ waar tegenwoordig steeds meer aandacht voor is? In de jaren zestig en zeventig waren ontwerpers druk met een heel ander soort bubbels. In wat ook wel ‘the Inflatable Era’ wordt genoemd, werd opblaasbare architectuur vervaardigd als voorwaarde voor een nieuwe, nomadische levenswijze. De ruimtevaart diende als inspiratiebron voor deze capsules. Zijn deze hightech hide-outs echter posthuman, of juist niet?

De titel van deze reeks columns, Zó Posthuman, doet vermoeden dat de diverse uitingen van deze paradigmaverschuiving hier zo niet geduid, dan toch aangestipt zullen worden. Maar soms is dat een kwestie van benoemen wat posthuman juist níet is. Zo tekenen de contouren van wat wel posthuman is zich duidelijker af. In deze tweede column zal ik daarom ingaan op een aspect van het werk van de Oostenrijke architecten, ontwerpers en kunstenaars in de tentoonstelling Radical Austria – Everything is Architecture dat niet posthuman is.

1. Hans Hollein, Mobile Office, 1969. Still uit ‘The Austrian Portrait / episode 19: Hans Hollein’, productie Telefilm i.o.v. ORF. Met dank aan Generali Foundation Collection – permanente bruikleen aan het Museum der Moderne Salzburg.

In de vorige column ging ik in op hun ‘voorspellende gaven’ van de Oostenrijkse ontwerpers. Naast het signaleren van toekomstige ontwikkelingen reflecteerden zij vanzelfsprekend ook op eigentijdse gebeurtenissen. Het aanbod aan fenomenen en tendensen dat daarbij als inspiratiebron dient, lijkt in de roerige jaren zestig eindeloos; de opkomst van massamedia en de jeugd/tegencultuur, experimenten met pharmaceuticals, veranderende seksualiteit en feminisme, de milieuproblematiek en nieuwe materialen en technieken. En als laatste, maar zeker niet minste; de ruimtevaart.

De ruimtevaart, en met name de capsules en pakken die bij de eerste bemande ruimtevluchten werden gebruikt, hadden een grote impact op kunstenaars, architecten, en ontwerpers wereldwijd en zeker ook op ‘de Oostenrijkse Avant-garde’. Referenties aan de ruimtevaart en dan specifiek aan het archetype in dat verband, de capsule, zien we bij vrijwel alle deelnemers terug. In verschillende gedaantes duikt de capsule op in het werk van Walter Pichler, Hans Hollein (afb. 1), Raimund Abraham, Angela Hareiter en zeker ook Coop Himmelb(l)au (afb. 2).

2. Coop Himmelb(l)au, diverse pakken en capsules waaronder: modellen voor Villa Rosa en The Cloud, 1968 en afbeeldingen van Villa Rosa en White Suit, 1969. Collectie Coop Himmelb(l)au. Foto Peter Tijhuis.

Het meest sprekende, en in ieder geval meest uitgewerkte voorbeeld is het Mindexpanding Program van Haus-Rucker-Co dat liep van 1967 tot 1971. Binnen dit veelomvattende, langlopende project ontwerpen zij in eerste instantie helmen, brillen en kleding (afb. 3). De volgende stap is een meubel waarin een man en een vrouw plaats nemen onder een soort helm waarin lichteffecten worden afgespeeld. Uiteindelijk worden daadwerkelijk een aantal opblaasbare capsules vervaardigd (afb. 4). Met uitzondering van het Gele hart zijn alle versies hiervan in de tentoonstelling te zien. Het was de bedoeling dat mensen een tijdje in deze capsules konden zitten of liggen, geïsoleerd van hun omgeving en tijdelijk opgaand in een alternatieve realiteit.

3. Haus-Rucker-Co: Laurids Ortner, Günter Zamp Kelp & Klaus Pinter met Environment Transformers, 1968. Collectie MAK – Museum für angewandte Kunst, Wenen. Foto Gerald Zugmann.

In een artikel over architectuur en duurzaamheid van Beatriz Van Houtte Alonso dat begin dit jaar in De Witte Raaf werd gepubliceerd wordt een in dat verband interessant dwarsverband gelegd.* Van Houtte Alonso gaat onder meer in op het feit dat het energie-intensieve, door technologie gereguleerde en verzegelde gebouw zoals we dat vandaag kennen een recente uitvinding is. In dat verband haalt zij Peder Ankers From Bauhaus to Ecohouse (2010) aan. Daarin beschrijft hij in haar woorden:

“…hoe onze huidige westerse opvatting van energie-efficiënt bouwen rechtstreeks gemodelleerd is door de ruimtevaart uit de jaren zestig. Prominente ecologische ontwerpers, zoals Buckminster Fuller, beschouwden gesloten ecosystemen van ruimtecapsules als woningen die de omgeving niet belasten. Die technocratische aanpak leidde volgens Anker tot vervreemding van culturele en maatschappelijke waarden en, paradoxaal genoeg, van diezelfde natuurlijke omgeving. In dat opzicht is hedendaagse hermetische nieuwbouw dus bouwen alsof we al op Mars wonen: letterlijk en figuurlijk geïsoleerde entiteiten neerplanten te midden van een als het ware onbekende en vijandige omgeving.”

Met andere woorden: door de preoccupatie met de beginselen en ontwerpprincipes van de ruimtevaart, waar de capsule bij uitstek een exponent van is, is een architectonische denktrant ontstaan die vanuit haar obsessie met hightech zowel tot vervreemding als verspilling leidt, maar nog altijd dominant is.

4. Voorgrond: Haus-Rucker-Co, Mind Expander II, 1969. Collectie Laurids & Manfred Ortner, archief Haus-Rucker-Co. Links: Haus-Rucker-Co, Balloon for Two, 1967. Collectie Günter Zamp Kelp. Foto Mike Bink.

Dat idee van isolatie waar al die verschillende capsules in de tentoonstelling aan refereren is beslist niet-posthuman. Isolatie houdt immers in dat er een duidelijk gescheiden binnen en een buiten is. Een dergelijke vorm van dualisme is een wezenlijk kenmerk van het cartesiaanse Verlichtingsdenken. Dit denken in gescheiden en tegengestelde concepten; object/subject, cultuur/natuur, mens/niet-mens is precies wat het posthumanisme probeert te ontkrachten.

Natuurlijk zijn capsules niet inherent goed of slecht. Ze zijn vaak noodzakelijk om onze kwetsbare lichamen in staat te stellen schadelijke milieus of gebieden te bezoeken. De afstand en afscheiding die ze scheppen zijn noodzakelijk maar ook betreurenswaardig. Dat ze zoals de zeilschepen uit vroegere tijden onze exploratiedrift faciliteren en ons zo met het onbekende in aanraking brengen kan als positief worden beschouwd. Op de slippen van exploratie volgde vroeger echter vaak exploitatie. Daarbij kwam de gecreëerde ‘afstand’ dan weer goed van pas…

De capsule-achtige huizen en kantoren waarin we ons dagelijks begeven leiden weliswaar niet rechtstreeks tot exploitatie, maar isoleren ons dus wel degelijk van onze omgeving. Die scheiding en het daarmee samenhangende gevoel van vervreemding werkt de exploitatie van de aarde in de hand. Waarbij door de verslechterende leefomstandigheden als gevolg van klimaatverandering – hittegolven, bosbranden, stijgende zeespiegel – een feedback-loop dreigt te ontstaan omdat daardoor de drang naar bescherming alleen maar toeneemt.

5. Hans Hollein, Architekturpillen, Non-physical Environmental Control Kit, 1967. Privéarchief Hans Hollein. Foto Ben Nienhuis.

Misschien moeten we ons heil bij een ander soort capsules in de tentoonstelling zoeken. Ik doel hier op de ‘architectuurpillen’ van Hans Hollein waarin hij de slogan van chemiereus Dupont, “Better living through chemistry”, ingenieus met de architectuur verbindt (afb. 5). De ervaring die deze – overigens niet werkzame – pillen zouden moeten oproepen doet beduidend meer posthuman aan. De opgeroepen luchtkastelen zijn ook niet vervuilend, hooguit voor het rioolwater.

* Van Houtte Alonso, Beatriz. Negen reflecties over architectuur en duurzaamheid. De Witte Raaf, nr. 209, p. 23-25, 2021. Lees hier de online versie.

Gerelateerde verdieping items

In de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka onderzoekt Design Museum Den Bosch de relatie tussen traditie en moderniteit aan de hand van de baanbrekende ontwerpen van dr. Mahmoud Bodo Rasch. Hoofdcurator Yassine Salihine vertelt in een interview met NieuwWij hoe zijn ontwerpachtergrond en...
Onderzoeker en curator Lua Vollaard schreef speciaal voor De Verdieping een artikel over haar bevindingen van het archiefonderzoek van de Philips halfgeleiderfabriek in Nijmegen. Hoe verdwenen de 'nette meisjes' met 'handwerkvaardigheden' die in Nijmegen cruciale microchips maakten uit de...
Sex historian and journalist Hallie Lieberman explores a Dutch design legacy of sextoys. In this exclusive article for the Third Floor, she writes how Jandirk Groet, designer of Fokker airplanes, partnered with American feminist porn director Candida Royalle to create Natural Contours.
Tim Gouw is schrijver en thuisblijfvader. Hij schrijft en spreekt over (gelijkwaardig) ouderschap en de rolverdeling die daarbij komt kijken. Speciaal voor De Verdieping schreef hij een essay in het kader van de tentoonstelling Vrouwen als technologie. Hij vraagt zich af: als AI massaal...
Thijs Gras is historicus en ambulanceverpleegkundige. Hij schreef boeken over de geschiedenis van de ambulancezorg, maar heeft ook een fascinatie voor de geschiedenis van couveuses. Speciaal voor De Verdieping schreef hij binnen het thema van de tentoonstelling Vrouwen als technologie een artikel...
Dit artikel van Maarten van Gestel verscheen eerder in Trouw onder de titel ‘Deze drie steenrijke broers sponsoren klimaatonderzoek, en zij zijn niet de enigen’ op 23 juli 2023. Maarten is ook te gast in de podcast Design voor de planeet, waarin hij meer toelichting geeft op het artikel.
Van eurodance tot techno en van illegale raves tot het Rotterdam Terror Corps die het orgel van de Laurenskerk bespeeld. Een selectie aan documentaires om te kijken.
Iemand op sneakers sneakers of gympen is een herkenbaar tafereel, maar toch bijzonder. Want nog geen halve eeuw geleden was het ondenkbaar om met dergelijke sportschoenen ‘zomaar’ op straat te lopen.
Wekelijks hebben meer dan één miljoen Nederlanders deze bijna meditatieve ervaring. Jong, oud, rijk, arm, man, vrouw, non-binair, zwart of wit, allemaal komen ze in het weekend samen om tegen die bal te trappen.
De tijd en het modebeeld bepalen de schoonheidsidealen: het ene moment is een brede taille in de mode en het volgende moment willen we allemaal een smalle taille. Soms helpt ondergoed je om de gewenste idealen vorm te geven.
Curvy billen en heupen, een wespentaille of een fitboyfiguur; door de eeuwen heen is het ideaalbeeld van ons lichaam vaak veranderd. Door middel van onderkleding proberen we zo dicht mogelijk bij dat ideaalbeeld te komen.
Nancy Bocken is hoogleraar Sustainable Business aan de Universiteit Maastricht. Voor De Verdieping duidt ze de impact van de mode-industrie op het milieu én deelt ze tips hoe zowel de overheid, sneakermarken en sneakerliefhebbers duurzamere keuzes kunnen maken.
De zool van een sneaker kan iedereen aanwijzen, maar wat is een upper? Waar zit de snor? En wat hebben het oogje en de veterstift gemeen? Ontdek het in deze sneakeranatomie.
Sneakercultuur is overal dankzij de invloed van jongeren uit achterstandswijken in grote steden. Zij hadden de hand in het verheffen van de sneaker van pure sportschoen tot felbegeerd stijlicoon.
De meeste sportschoenen die we als baan­brekend be­schou­wen, zijn ontwerpen voor de optimalisatie van sport­prestaties. Uitgangs­punten voor ontwerpers zijn eigen­schap­pen als grip, pasvorm, stabiliteit, demping en energy-return.
Met dank aan de invloed van jongeren uit achterstandswijken in grote steden is de sneakercultuur is overal. Zij hadden de hand in het verheffen van de sneaker van pure sportschoen tot felbegeerd stijlicoon.
Maar weinig voorwerpen zijn zo universeel en veelzijdig als de sneaker. Daarmee is het het onbetwiste culturele symbool van onze tijd, die een brug slaat tussen cultuur, ontwerp, mode, muziek en technologie.
In de traditie van goth worden beelden, symbolen en stijlen naar hartenlust gemengd – het resultaat is een gedragen sfeer, die de fantasie prikkelt en de duisternis creëert. Goth is geen stijl in de traditionele zin, maar een gevoel.
In goth wordt het verleden gezien als een fotonegatief van de moderne tijd - in goede óf in kwade zin. Vaak zijn het daarbij juist de gebreken van technologie – de krassen op de film, de verkleuring van de foto – die een gothic gevoel aan het beeld geven.
Bij bezoek aan de tentoonstelling krijg je de catalogus mee. Hierin vind je zowel de bij­schriften van alle werken die op zaal te zien zijn, als inhoudelijke teksten ter toelichting van be­lang­rijke makers en thema's. De digitale versie is hier te bekijken.
Posthuman; als je ogen eenmaal geopend zijn zie je het overal. Maar wat is het eigenlijk? In deze terugkerende reeks legt conservator Fredric Baas het uit. In de eerste column focust Baas zich op het veranderende menselijke lichaam, iets wat Oostenrijkse ontwerpers in de jaren zestig al...
Parallel aan de tentoonstelling presenteert architekturtheorie.eu een selectie van films over en door de protagonisten van de ten­toon­stelling, oor­spron­kelijk gemaakt voor en uit­ge­zon­den door het ORF. De films zijn vaak net zo radicaal als de mensen, ideeën en het...
Design zou vóór en mét iedereen moeten zijn, is de gedachte van de tentoonstelling ‘Victor Papanek: The Politics of Design’. De tentoonstelling vormde voor masterstudenten van het Critical Inquiry Lab van de Design Academy Eindhoven de aanleiding om een dialoog aan te gaan met het werk van...
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Na de tentoonstelling BodyDrift — Anatomies of the Future duikt Design Museum Den Bosch verder het thema ‘posthuman’ in. Onderzoeks­assistent Marthe Oosting denkt dat we de post­human hard nodig gaan hebben in de toe­komst. Niet om on­over­winne­lijke cyborgs te worden, maar...
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.