Skip to content

De Verdieping / Architectuur

Het museum: vormgeving en debat in het Stedelijk Museum Amsterdam

Het is bijna niet meer voor te stellen dat het museum een belangrijke rol speelt in het debat over de vormgeving 🙂 Het Stedelijk Museum Amsterdam had die rol tot begin jaren tachtig wel, en voor een groot deel was dat de erfenis van de charis-matische directeur Willem Sandberg (directeur van 1945 tot 1963). Sandberg (1897-1984) was zelf grafisch ontwerper en hij was heel beslist over de mogelijk-heden om design, via het museum, een onderwerp te maken van maatschappelijk belang. Hij wilde, net als het Museum of Modern Art in New York, ethisch goede vormgeving tonen met tentoonstellingen die een nadrukkelijk voorlichtende en beschavende werking hadden – vaak met een sterk antifascistische inslag.

Dat is schijninformatie, een vorm van sociologie bedrijven die door ‘maatschappelijke relevantie’ is ingegeven en niet in een museum voor moderne kunst past.

— Wil Bertheux, museumconservator (2003, over de manifestatie Massacultuur in het Haags Gemeentemuseum in 1981)

Die agenda werd onder directeur Edy de Wilde (1919-2005) en door diens conserva­toren, de interieurarchitect Wil Bertheux (1916-2004) en Liesbeth Crommelin in de twee­de helft van de jaren zestig en zeventig overgenomen. Het Stedelijk werd toen steeds meer een museum voor en door kunstenaars. Ook de design­tentoonstellingen kunnen beschouwd worden als afhankelijk van de inspanningen van een groep pro­gres­sieve moderne ontwerpers en critici. Een belangrijke rol was vanzelfsprekend weg­gelegd voor Wim Crouwel (1928) die onder De Wilde de grafische vormgeving van het museum en de catalogi en affiches voor de tentoonstellingen verzorgde.

Museummensen als Bertheux hadden zelf ook een ontwerpachtergrond, en dit be­ïn­vloedde het bijna propagandistische karakter van de verzameling toegepaste kunst en de onderwerpen van de tentoonstellingen. Zij boden nadrukkelijk niet een brede blik op de ontwikkelingen in de vormgeving, maar zetten hun tentoonstellingen in om hun mo­der­nis­tische overtuiging als ontwerper kracht bij te zetten.

Ook de design­ge­schie­denis werd in het Stedelijk zo bekeken: de opvallend aanwezige historische en zelfs ne­gen­tiende-eeuwse onderwerpen in het tentoonstellings­pro­gram­ma, als meubelen van de Shakers en Thonet, fungeerden als historische legitimaties van het moderne ontwerper­schap.

Het is niet meer voldoende dat het museum een forum is voor de eigentijdse kunst, want het moet de bezoeker in de gelegenheid stellen zich bewust te worden van zijn culturele positie in de dynamische maatschappij. Dat wil dus ook zeggen: de sociale relevantie van de kunst duidelijk maken.

— Jean Leering, museumdirecteur (1971)

(Contrapunt)

Tussen 1964 en 1974 zou de jonge architect Jean Leering (1934-2005) als directeur van het regionale Van Abbemuseum te Eindhoven een van de belangrijkste musea voor moderne kunst ter wereld maken. Dat deed hij onder andere door zijn herwaardering voor de avant-garde uit het interbellum. Leering had, ongetwijfeld door zijn bouwkunst­achtergond, een grote belangstelling voor de multidisciplinaire kunstenaar-ontwerpers Theo van Doesburg (1883-1931) en El Lissitzky (1890-1941). Met de tentoonstelling Bouwen 20/40 (1971) belichtte hij de maatschappelijke rol van de avant-garde bouw­kunst en stelde die impliciet ten voorbeeld aan de beeldende kunst. Een jaar later zou Leering met zijn antropologische visie op kunst en zijn activistische houding zijn beroemdste tentoonstelling De Straat realiseren.

Gerelateerde verdieping items

In de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka onderzoekt Design Museum Den Bosch de relatie tussen traditie en moderniteit aan de hand van de baanbrekende ontwerpen van dr. Mahmoud Bodo Rasch. Hoofdcurator Yassine Salihine vertelt in een interview met NieuwWij hoe zijn ontwerpachtergrond en...
Traditie is een manier om een set vermeend authentieke gebruiken vast te leggen, letterlijk te conserveren. Ook in architectuur en design zijn tradities ontstaan, ideeën over wat de juiste manier is om deze toegepaste kunsten uit te oefenen. Toch wordt hier ook regelmatig mee gebroken.
Vanaf 1850 leidde de ontdekking van een vroegere ijstijd in Europa tot discussies over de oorzaken van klimaatverandering. Deze discussies versterkten het idee dat menselijke activiteiten het klimaat konden veranderen. Een rotsvast geloof in de kracht van de vooruitgang raakte wijdverbreid.
In de traditie van goth worden beelden, symbolen en stijlen naar hartenlust gemengd – het resultaat is een gedragen sfeer, die de fantasie prikkelt en de duisternis creëert. Goth is geen stijl in de traditionele zin, maar een gevoel.
Bij bezoek aan de tentoonstelling krijg je de catalogus mee. Hierin vind je zowel de bij­schriften van alle werken die op zaal te zien zijn, als inhoudelijke teksten ter toelichting van be­lang­rijke makers en thema's. De digitale versie is hier te bekijken.
Posthuman; als je ogen eenmaal geopend zijn zie je het overal. Maar wat is het eigenlijk? In deze terugkerende reeks legt conservator Fredric Baas het uit. In de eerste column focust Baas zich op het veranderende menselijke lichaam, iets wat Oostenrijkse ontwerpers in de jaren zestig al...
Parallel aan de tentoonstelling presenteert architekturtheorie.eu een selectie van films over en door de protagonisten van de ten­toon­stelling, oor­spron­kelijk gemaakt voor en uit­ge­zon­den door het ORF. De films zijn vaak net zo radicaal als de mensen, ideeën en het...
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.
De Oosterscheldekering in 1986 was de afronding van het Deltaplan, en betekende het einde van een tijdperk van het maakbare Nederlandse landschap. In deze periode werd het landschap ook steeds meer voor recrea­tieve doeleinden gebruikt - met de experience parken van Center Parcs als resultaat.