Skip to content

Als weinig andere landen in de wereld investeerde de Nederlandse overheid op grote schaal in de kwaliteit van de woningbouw. De Woningwet in 1901 was een belangrijk begin. Deze bevatte bijvoorbeeld voorschriften voor overheidsdeelname in woningbouwcorporaties, of richtlijnen voor woningbouw op het gebied van kwaliteit en hygiëne. De woningbouw na de Tweede Wereldoorlog werd gekleurd door schaarste en grootschalige volkshuisvesting. Steeds was in de sociale woningbouw een element van volksopvoeding aanwezig: goede woningen met voldoende buitenruimte (en ook dito werkomstandigheden) zouden als vanzelf, zo was de gedachte, leiden tot zowel mentaal als fysiek gezonde burgers.

Vanaf de jaren zestig werd de relatie tussen verhuurders en huurders van woningen zakelijker en minder ideologisch geladen, maar in de architectuur bleef een sterk element van ethisch ontwerpen aanwezig. De architecten die zich grofweg tussen 1959 en 1969 binnen het tijdschrift Forum organiseerden – waaronder Dirk Apon (1926-2002), Aldo van Eyck (1918-1999) en Herman Hertzberger (1932) – namen de woning­bouw als belangrijkste architectuuropdracht. Zij verdiepten zich in de sociale en psychologische invloed van de leefomgeving. In deze periode ontwikkelde zich een grootschalige (sociale) woningbouw die het beoogde egalitaire karakter van de Nederlandse samenleving belichaamde.

Het probleem met die stroom woningbouwopdrachten was wel, dat als je eenmaal in die woningbouwtredmolen zat, je er nooit meer uitkwam. Het was ook een typisch Nederlandse problematiek, van aansluiting op internationale discussies was geen sprake meer [… …] Als ik Amerikaan was geweest, dan was ik waarschijnlijk bij een bureau als SOM gaan werken, dat is even wat anders dan dat trutten in die Nederlandse woningbouw.

— Carel Weeber, architect (2005)

(Contrapunt)

Het sluitstuk van deze sociale woningbouw was de architectuur van Carel Weeber (1937), die zeer veel opdrachten voor woningbouw kreeg, maar weigerde de gangbare progressieve ideeën over de woonomgeving te onderschrijven. Het modernisme met zijn sociale en psychologische inslag begon hij meer en meer staatsarchitectuur te vinden en hij verwierp de aanname dat de omgeving van morele invloed zou zijn op de gebruiker. De alles absorberende aandacht voor woningbouw stond volgens hem ook andere interesses en een blik op de wereld in de weg. Vanaf 1989 nam de overheid afscheid van een directe bemoeienis met de woningbouw. Als gevolg daarvan verzelfstandigden de corporaties en ontstond er een veel vrijere woningmarkt.

Gerelateerde verdieping items

In de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka onderzoekt Design Museum Den Bosch de relatie tussen traditie en moderniteit aan de hand van de baanbrekende ontwerpen van dr. Mahmoud Bodo Rasch. Hoofdcurator Yassine Salihine vertelt in een interview met NieuwWij hoe zijn ontwerpachtergrond en...
Traditie is een manier om een set vermeend authentieke gebruiken vast te leggen, letterlijk te conserveren. Ook in architectuur en design zijn tradities ontstaan, ideeën over wat de juiste manier is om deze toegepaste kunsten uit te oefenen. Toch wordt hier ook regelmatig mee gebroken.
Veranderingen waar de hele planeet mee te maken heeft, vereisen een wereldwijde visie op samenwerking, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Kan de mensheid zo’n wereld vormgeven?
Nu de aarde zo snel opwarmt, krijgt de oude droom van het “designerklimaat” een nieuwe betekenis. Wat als we het teveel aan CO2 weer uit de lucht konden verwijderen? Wat als we de straling van de zon konden dimmen?
Na Tweede Wereldoorlog volgde een periode van spanning tussen de twee supermachten; de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Ook het weer en het klimaat raakten verstrikt in deze “Koude Oorlog”. Volgens sommige onderzoekers was menselijke controle over de atmosfeer binnen handbereik.
Vanaf 1850 leidde de ontdekking van een vroegere ijstijd in Europa tot discussies over de oorzaken van klimaatverandering. Deze discussies versterkten het idee dat menselijke activiteiten het klimaat konden veranderen. Een rotsvast geloof in de kracht van de vooruitgang raakte wijdverbreid.
Wereldwijd beïnvloeden mensen en hun omgeving elkaar al duizenden jaren. Tot op de dag van vandaag wordt de natuur met specifieke ontwerpen en producten ‘getemd’ en winstgevend gemaakt.
De gevolgen van menselijk handelen op de natuur werden lang vooral op lokale schaal waargenomen. Het beeld van het klimaat als een globaal en complex systeem won vanaf de 20e eeuw sterk aan invloed. Dit was deels te danken aan de opkomst van de moderne klimaatwetenschap.
Met dank aan de invloed van jongeren uit achterstandswijken in grote steden is de sneakercultuur is overal. Zij hadden de hand in het verheffen van de sneaker van pure sportschoen tot felbegeerd stijlicoon.
In de traditie van goth worden beelden, symbolen en stijlen naar hartenlust gemengd – het resultaat is een gedragen sfeer, die de fantasie prikkelt en de duisternis creëert. Goth is geen stijl in de traditionele zin, maar een gevoel.
Bij bezoek aan de tentoonstelling krijg je de catalogus mee. Hierin vind je zowel de bij­schriften van alle werken die op zaal te zien zijn, als inhoudelijke teksten ter toelichting van be­lang­rijke makers en thema's. De digitale versie is hier te bekijken.
Posthuman; als je ogen eenmaal geopend zijn zie je het overal. Maar wat is het eigenlijk? In deze terugkerende reeks legt conservator Fredric Baas het uit. In de eerste column focust Baas zich op het veranderende menselijke lichaam, iets wat Oostenrijkse ontwerpers in de jaren zestig al...
Parallel aan de tentoonstelling presenteert architekturtheorie.eu een selectie van films over en door de protagonisten van de ten­toon­stelling, oor­spron­kelijk gemaakt voor en uit­ge­zon­den door het ORF. De films zijn vaak net zo radicaal als de mensen, ideeën en het...
Design zou vóór en mét iedereen moeten zijn, is de gedachte van de tentoonstelling ‘Victor Papanek: The Politics of Design’. De tentoonstelling vormde voor masterstudenten van het Critical Inquiry Lab van de Design Academy Eindhoven de aanleiding om een dialoog aan te gaan met het werk van...
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.
De Oosterscheldekering in 1986 was de afronding van het Deltaplan, en betekende het einde van een tijdperk van het maakbare Nederlandse landschap. In deze periode werd het landschap ook steeds meer voor recrea­tieve doeleinden gebruikt - met de experience parken van Center Parcs als resultaat.