Skip to content

“Men wijze [de jeugd] op de kaart van Nederland de plassen aan, die nog droog gemalen moeten worden, de heidevelden, die nog korenakkers moeten worden; men toone onze jeugd aan, hoe overwinningen op de natuur de schoonste overwinningen zijn; dat niet een uitgestrekt, maar een goed benuttigd grondgebied de kracht van een volk uitmaakt, (….) dat het daarom de taak van ieder volk moet zijn, om zijne voortbrenging onophoudelijk te verhoogen. (…) Een onderwijs in deze rigting (…) zou gewis gezegende vruchten dragen.” – Bartholomeus van Sloet tot Oldhuis, econoom en politicus, 1859.[1]

Vanaf 1850 leidde de ontdekking van een vroegere ijstijd in Europa tot discussies over de oorzaken van klimaatverandering. Deze discussies versterkten het idee dat menselijke activiteiten het klimaat konden veranderen. Het was alleen nog onduidelijk hoe dat precies werkte. De meningen liepen sterk uiteen, want veel wetenschappelijke data was er niet. Bovendien waren Europese wetenschappers voor informatie over overzeese klimaten afhankelijk van lokale kennis, die ze vaak niet respecteerden.[2]

Intussen ontwikkelde de technologie zich razendsnel. Een rotsvast geloof in de kracht van de vooruitgang raakte wijdverbreid. Enorme projecten om de natuur aan banden te leggen spraken wereldwijd tot de verbeelding, zoals de aanleg van het Suezkanaal (1869), het Panamakanaal (1914) en de gedeeltelijke drooglegging en afsluiting van de Zuiderzee (1932).[3] Regeringen promootten technische megaprojecten als bewijs van hun visie en macht.

Architectendromen

Vanaf 1900 wonnen grootse, utopische ideeën over ontwerp en architectuur sterk aan invloed. Steeds meer ontwerpers zagen hun vak als de sleutel tot de verbetering van de mensheid. De Nederlandse architect Hendrik Wijdeveld droomde bijvoorbeeld van een “stedeloze stad”, in harmonie met een voor mensen ingerichte natuur.[4] Tijdens de Tweede Wereldoorlog schetste Wijdeveld een enorme tunnel diep in de aarde, die de mensheid nader tot elkaar moest brengen. De Amerikaan Buckminster Fuller ontwierp in 1960 juist een enorme koepel om de gehele New Yorkse binnenstad te bedekken. Zo’n koepel zou het stadsklimaat reguleren en de bewoners beschermen.

De kolonisatie van de Sahara

Europese koloniale planners waren gefascineerd door de Sahara. Regelmatig verwezen ze naar teksten uit de klassieke oudheid. Die leken te suggereren dat de woestijn toen een vruchtbaar gebied was. In 1874 stelde de Franse legercommandant François Roudaire voor om een kunstmatige binnenzee in de Sahara aan te leggen. Dit zou de Sahara weer veranderen in een groene oase, rijp voor Europese kolonisatie. In 1928 stelde de Duitse architect Hermann Sörgel zelfs voor om van Afrika en Europa één supercontinent te maken, dat hij “Atlantropa” noemde. De vergroening en kolonisatie van de Sahara speelden ook in Sörgels plannen een grote rol.

Duitse plannen voor bezet Polen

Na de Eerste Wereldoorlog heerste in het verslagen Duitsland een gevoel van crisis. In radicaal-rechtse kringen vermengden zorgen over overbevolking en klimaatverandering zich met romantische en racistische fantasieën. Zo waarschuwden sommige geografen voor Versteppung of “steppeficatie”. Slavische volkeren in Oost-Europa zouden het landschap verpesten en uitdrogen.[5] Toen in 1933 Adolf Hitler aan de macht kwam, werd deze retoriek nog radicaler. De nazi-ideologie promootte de Duitse verovering van leefruimte (Lebensraum) in Oost-Europa. Met grof geweld en etnische zuiveringen moesten deze gebieden worden “verduitst”. Hier hoorden ook nieuwe landschapsontwerpen bij. Het Duitse “cultuurlandschap” zou superieur zijn en Versteppung moeten tegengaan.

Het Grote Stalinplan

Al in het Russische tsarenrijk bestonden er plannen voor de bebossing van de zuidelijke steppe. In de Sovjet-Unie kregen die een nieuwe impuls. In 1948 werd het ‘Grote Stalinplan voor de Transformatie van de Natuur’ aangekondigd. Enorme stroken nieuw bos rond de Zwarte en Kaspische Zee moesten het klimaat voor de landbouw verbeteren. De leider van het project, Trofim Lysenko, hield er bizarre ideeën op na. Zo beweerde hij dat eikenbomen en landbouwgewassen op communistische wijze zouden “samenwerken” als ze in een bepaald patroon geplant werden. De nieuw aangeplante bossen stierven al snel weer af. Na de dood van Stalin werd het plan afgeblazen.[6]

De natuur veroveren in communistisch China

In 1949 kwam de communistische leider Mao Zedong aan de macht in China. Net als veel andere leiders in zijn tijd geloofde Mao in de kracht van wetenschap en technologie om “de natuur te begrijpen, te overwinnen en te veranderen”.[7] Stuwdammen en rivierenprojecten waren hierbij belangrijke hulpmiddelen. In 1957 lanceerde Mao de “Grote Sprong Voorwaarts”-campagne, die de Chinese industrie en landbouw moest moderniseren. De campagne werd echter gekenmerkt door ondoordachte extreme plannen, ecologische verwoesting en de grootschalige vervolging van politieke tegenstanders. De daaropvolgende hongersnood kostte tientallen miljoenen mensen het leven.

Nederland als ontworpen land

“De goden maakten de aarde, de Hollanders hun kusten.” De Schotse schrijver James Fraser schreef dit beroemde zinnetje waarschijnlijk al rond 1660.[8] Hollanders hadden toen een reputatie als ingenieurs en dijkenbouwers. Toch waren het zuiden en oosten van Nederland vóór 1850 nog nauwelijks ontgonnen. Overstromingen bleven een hardnekkig probleem. In de tweede helft van de 19e eeuw investeerde de Nederlandse overheid daarom koortsachtig in nieuwe spoorwegen, waterwegen en landwinningsprojecten. Vooral de enorme Zuiderzeewerken baarden internationaal veel opzien. De verovering en vormgeving van de natuur werden een pijler van het Nederlandse zelfbeeld.

Bronnen

[1]     B.W.A.E. van Sloet tot Oldhuis, “Zielkundige beschouwingen over den tegenstand tegen openbare werken”, in Tijdschrift voor staathuishoudkunde en statistiek, 1859 [no. 13], p. 147. Geraadpleegd op Delpher op 19-06-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=dts:308013:mpeg21:0001. Zie ook: Auke van der Woud, Een nieuwe wereld: het ontstaan van het moderne Nederland, Twaalfde druk (Amsterdam: Prometheus, 2021), p. 108-109.

[2]     Philipp Lehmann, Desert Edens: Colonial Climate Engineering in the Age of Anxiety (Princeton: Princeton University Press, 2022), pp. 24-25.

[3]     Stefan Schäfer & Franz Mauelshagen, „Die technologische Kolonisierung des Klimas“, in Dritte Natur: Technik, Kapital, Umwelt, 3:1 (2021), p. 45.

[4]     Ontwerp het onmogelijke

[5]     Lehmann, Desert Edens

[6]     Stephen Brain, “The Great Stalin Plan for the Transformation of Nature,” Environmental History 15, no. 4 (October 1, 2010): 670–700, https://doi.org/10.1093/envhis/emq091.

[7]     Uitspraak in Nongken (Agricultural Reclamation), no. 6, 1966, vertaald en geciteerd in: Peter Ho, “Mao’s War against Nature? The Environmental Impact of the Grain-First Campaign in China,” The China Journal 50 (July 2003): 37–59, https://doi.org/10.2307/3182245.

[8]     Frits Niemeijer, “God schiep de aarde, maar de Nederlanders maakten hun eigen land: Een zoektocht naar de oorsprong van het gezegde” in Vakblad Vitruvius: Onafhankelijk vaktijdschrift voor archeologie, cultuurlandschap, monumentenzorg, mei 2021, 1-14.

Gerelateerde verdieping items

Traditie is een manier om een set vermeend authentieke gebruiken vast te leggen, letterlijk te conserveren. Ook in architectuur en design zijn tradities ontstaan, ideeën over wat de juiste manier is om deze toegepaste kunsten uit te oefenen. Toch wordt hier ook regelmatig mee gebroken.
Veranderingen waar de hele planeet mee te maken heeft, vereisen een wereldwijde visie op samenwerking, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Kan de mensheid zo’n wereld vormgeven?
Nu de aarde zo snel opwarmt, krijgt de oude droom van het “designerklimaat” een nieuwe betekenis. Wat als we het teveel aan CO2 weer uit de lucht konden verwijderen? Wat als we de straling van de zon konden dimmen?
Na Tweede Wereldoorlog volgde een periode van spanning tussen de twee supermachten; de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Ook het weer en het klimaat raakten verstrikt in deze “Koude Oorlog”. Volgens sommige onderzoekers was menselijke controle over de atmosfeer binnen handbereik.
Wereldwijd beïnvloeden mensen en hun omgeving elkaar al duizenden jaren. Tot op de dag van vandaag wordt de natuur met specifieke ontwerpen en producten ‘getemd’ en winstgevend gemaakt.
De gevolgen van menselijk handelen op de natuur werden lang vooral op lokale schaal waargenomen. Het beeld van het klimaat als een globaal en complex systeem won vanaf de 20e eeuw sterk aan invloed. Dit was deels te danken aan de opkomst van de moderne klimaatwetenschap.
Met dank aan de invloed van jongeren uit achterstandswijken in grote steden is de sneakercultuur is overal. Zij hadden de hand in het verheffen van de sneaker van pure sportschoen tot felbegeerd stijlicoon.
In de traditie van goth worden beelden, symbolen en stijlen naar hartenlust gemengd – het resultaat is een gedragen sfeer, die de fantasie prikkelt en de duisternis creëert. Goth is geen stijl in de traditionele zin, maar een gevoel.
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.
De Oosterscheldekering in 1986 was de afronding van het Deltaplan, en betekende het einde van een tijdperk van het maakbare Nederlandse landschap. In deze periode werd het landschap ook steeds meer voor recrea­tieve doeleinden gebruikt - met de experience parken van Center Parcs als resultaat.