Skip to content

De Verdieping / Design! / Activisme / Identiteit / Lichaam / Voor mannen en vrouwen

De (gender)geschiedenis van het scheerapparaat

Nynke Anna van der Mark is historicus, docent en redacteur. Speciaal voor De Verdieping schreef ze onderstaand artikel. Gezichts- en lichaamshaar horen bij de mens.

Iedereen heeft het, alhoewel sommige mensen net wat meer haar hebben dan andere mensen. Het verwijderen of gedeeltelijk verwijderen van haar is al zo oud als mensenheugenis. Lang geleden schoor men zich al met vuurstenen, schelpen, haaientanden en stukjes ijzer. Maar hoe ziet de geschiedenis van het scheerapparaat eruit? En wat heeft het voor de mens betekend?

De geschiedenis van het scheerapparaat

In 1898 vroeg John Francis O’Rourke het eerste patent op een elektrisch scheerapparaat aan in de Verenigde Staten. Maar echt veel werden er niet van verkocht. Het eerste succesvolle scheerapparaat werd pas in 1931 op de markt gebracht door Jacob Schick. Hij was een kolonel in het Amerikaanse leger. Het mechanisme van een machinegeweer bracht hem op het idee om een elektrisch scheerapparaat te ontwikkelen.

De Schick Magazine Repeating Razor Company bracht een scheerapparaat op de markt dat zelf scheermesjes in het apparaat laadde. Daarnaast was het met dit scheerapparaat mogelijk om jezelf zonder warm water en zeep te scheren. Het apparaat werd aangedreven door een los motortje dat met een kabel vastzat aan een scheerkop. Algauw integreerde het bedrijf de motor in het handzame apparaat zelf.

Eind jaren dertig ontwikkelde de Amerikaanse fabrikant Remington scheerfolie. Dit bleek een belangrijke innovatie: door een dun laagje beschermfolie met kleine openingen boven het scheermes aan te brengen, bleef de huid beschermd tijdens het scheren. Het principe van dit ontwerp is tot op vandaag de dag hetzelfde gebleven. Dat geldt ook voor het roterende scheerapparaat dat Philips in 1939 ontwikkelde. Ook dit scheerapparaat wordt nog altijd veel gebruikt.

Een gegenderde markt voor scheerapparaten

De eerste scheerapparaten – zoals die van Jacob Schick – werden op de markt gebracht voor mannen, zodat zij er hun kin en bovenlip makkelijk mee konden scheren. Maar niet alleen mannen gebruikten scheerapparaten. Ook vrouwen maakten er gebruik van. Fabrikanten van scheerapparaten realiseerden zich al snel dat er een potentiële markt bestond voor vrouwelijke scheerproducten.

Daarom bracht Gillette in 1910 het veiligheidsscheermes de ‘Milady Décolleté’ op de markt. Het bedrijf had dé oplossing voor het ‘beschamende probleem’ van vrouwen: lichaamshaar. Overigens was het in deze periode voor vrouwen vooral gebruikelijk om hun onderarmen te scheren. Gladde benen waren nog niet de norm, deze zaten nog verstopt onder kousen.

Maar dit veranderde snel. Rond 1940 was het in de Verenigde Staten voor een vrouw al een stuk gebruikelijker om haar gladde benen te laten zien. In 1950 werd het voor vrouwen zelfs de norm om hun benen (en oksels) te scheren. Sindsdien scheren ook steeds meer vrouwen hun schaamhaar (de naam zegt al iets over het taboe).

Prijs

Met het aanboren van de vrouwelijke markt van scheerproducten veranderde er nog iets: de prijs van de producten. Uit onderzoek van kennisinstituut voor vrouwengeschiedenis Atria blijkt namelijk dat vrouwen – in tegenstelling tot mannen – een stuk meer betalen voor hetzelfde product. Scheerschuim ‘voor mannen’ is maar liefst 25 procent goedkoper dan scheerschuim ‘voor vrouwen’. Het verschil? De kleur van de bussen. Scheerschuim voor mannen is vaak verpakt in een donkerblauwe of grijze spuitbus. Scheerschuim voor vrouwen zit daarentegen in bussen met zachte kleuren.

Dit fenomeen wordt ook wel de pink tax genoemd. Door mannelijke en vrouwelijke stereotypen uit te vergroten – en verschillende producten aan te bieden – verdienen bedrijven meer geld aan vrouwelijke verzorgingsproducten. Dit geldt ook voor het scheerapparaat: het is inmiddels beschikbaar in vele mannen- en vrouwenvarianten.

Een van de bekendere exemplaren is de LadyShave van Philips: een scheerapparaat dat hetzelfde werkt als ‘mannelijke’ apparaten. Echter is het iets anders van vorm. Hierdoor kan het apparaat de ‘contouren van het vrouwelijk lichaam’ – de knie- en okselholtes – beter volgen. Dit ontwerp gaat er dus vanuit dat vrouwen hun hele lichaam ontharen. Gladde benen, armen en oksels worden namelijk als vrouwelijk gezien. Daar hebben mannen geen last van. Zij scheren vooral hun gezicht: bij hen wordt lichaamshaar immers geassocieerd met mannelijkheid.

De strijd tegen sociale normen rondom lichaamshaar

Feministen strijden al decennia tegen deze dubbele standaard. Zij vinden de maatschappelijk opgelegde norm van haarloosheid voor vrouwen onderdrukkend. De zogenaamde male gaze – het mannelijk perspectief dat bepaalt hoe vrouwen met hun lichaam omgaan – staat hierin centraal. Vanuit dat perspectief wordt lichaamshaar gezien als onaantrekkelijk, onvrouwelijk en zelfs vies.

Niettemin vertonen bekende nationale en internationale sterren zich steeds vaker in het openbaar met lichaamshaar. De LGBTQIA+-gemeenschap heeft daar een leidende rol in. Door normen rondom gender en seksualiteit af te schudden – en het wel of niet hebben én stijlen van lichaamshaar als persoonlijke expressie te zien – wordt de male gaze in twijfel getrokken. Het idee dat lichaamshaar hoort bij de menselijke natuur (en dus bij alle genders) is bevrijdend.

Ook sommige scheermerken zijn zich hier bewust van. Zo verkoopt het merk ‘Billie’ genderneutrale scheer- en verzorgingsproducten en legt het bedrijf op haar website uit dat haarloosheid niet de norm is.

Toch is zichtbaar lichaamshaar niet voor iedereen hetzelfde. Sommige feministen pleiten daarom voor een intersectionele normalisatie van lichaamshaar. Dat betekent dat er niet alleen gesproken moet worden over gender, maar ook over andere factoren zoals geloof of huidskleur. Daar waar beroemdheden als Miley Cyrus bijvoorbeeld geprezen worden voor hun moed om hun okselhaar te laten groeien, geven vrouwen van kleur aan dat hun realiteit heel anders is.

Volgens schrijver Nadya Agrawal krijgen witte vrouwen minder vaak negatieve reacties op hun lichaamshaar dan vrouwen van kleur omdat zij minder (of lichtgekleurder) lichaamshaar hebben. Hetzelfde geldt voor witte mannen met gezichtsbeharing. Zij krijgen in tegenstelling tot islamitische mannen en mannen van kleur minder vaak negatieve reacties op hun baard. In Europa en de Verenigde Staten worden donkere baarden sinds 9/11 regelmatig geassocieerd met terrorisme. Hierdoor worden mannen van kleur met een baard vaak racistisch bejegend.

De toekomst van het scheerapparaat

Het wel of niet laten staan van baarden, snorren, okselhaar, schaamhaar en beenhaar is onderhevig aan de sociale en culturele normen. Hoewel feministen en de LGBTQIA+-gemeenschap een steeds succesvollere strijd leveren tegen het maatschappelijk opgelegde ‘lichaamshaar-ideaal’, verkopen fabrikanten nog altijd miljoenen scheerapparaten speciaal voor ‘mannen’ of ‘vrouwen’.

Een aantal merken zijn wat progressiever en brengen genderneutrale scheerproducten op de markt. Wat de toekomst van het scheerapparaat ons brengt, is nog onzeker. Maar één ding is zeker: gezichtsbeharing en lichaamshaar blijven altijd een rol spelen in het menselijk bestaan.

Gerelateerde verdieping items

Dit artikel van Maarten van Gestel verscheen eerder in Trouw onder de titel ‘Deze drie steenrijke broers sponsoren klimaatonderzoek, en zij zijn niet de enigen’ op 23 juli 2023. Maarten is ook te gast in de podcast Design voor de planeet, waarin hij meer toelichting geeft op het artikel.
Van eurodance tot techno en van illegale raves tot het Rotterdam Terror Corps die het orgel van de Laurenskerk bespeeld. Een selectie aan documentaires om te kijken.
Iemand op sneakers sneakers of gympen is een herkenbaar tafereel, maar toch bijzonder. Want nog geen halve eeuw geleden was het ondenkbaar om met dergelijke sportschoenen ‘zomaar’ op straat te lopen.
Wekelijks hebben meer dan één miljoen Nederlanders deze bijna meditatieve ervaring. Jong, oud, rijk, arm, man, vrouw, non-binair, zwart of wit, allemaal komen ze in het weekend samen om tegen die bal te trappen.
De tijd en het modebeeld bepalen de schoonheidsidealen: het ene moment is een brede taille in de mode en het volgende moment willen we allemaal een smalle taille. Soms helpt ondergoed je om de gewenste idealen vorm te geven.
Curvy billen en heupen, een wespentaille of een fitboyfiguur; door de eeuwen heen is het ideaalbeeld van ons lichaam vaak veranderd. Door middel van onderkleding proberen we zo dicht mogelijk bij dat ideaalbeeld te komen.
Nancy Bocken is hoogleraar Sustainable Business aan de Universiteit Maastricht. Voor De Verdieping duidt ze de impact van de mode-industrie op het milieu én deelt ze tips hoe zowel de overheid, sneakermarken en sneakerliefhebbers duurzamere keuzes kunnen maken.
Sneakercultuur is overal dankzij de invloed van jongeren uit achterstandswijken in grote steden. Zij hadden de hand in het verheffen van de sneaker van pure sportschoen tot felbegeerd stijlicoon.
Met dank aan de invloed van jongeren uit achterstandswijken in grote steden is de sneakercultuur is overal. Zij hadden de hand in het verheffen van de sneaker van pure sportschoen tot felbegeerd stijlicoon.
Maar weinig voorwerpen zijn zo universeel en veelzijdig als de sneaker. Daarmee is het het onbetwiste culturele symbool van onze tijd, die een brug slaat tussen cultuur, ontwerp, mode, muziek en technologie.
In de traditie van goth worden beelden, symbolen en stijlen naar hartenlust gemengd – het resultaat is een gedragen sfeer, die de fantasie prikkelt en de duisternis creëert. Goth is geen stijl in de traditionele zin, maar een gevoel.
In goth wordt het verleden gezien als een fotonegatief van de moderne tijd - in goede óf in kwade zin. Vaak zijn het daarbij juist de gebreken van technologie – de krassen op de film, de verkleuring van de foto – die een gothic gevoel aan het beeld geven.
Bij bezoek aan de tentoonstelling krijg je de catalogus mee. Hierin vind je zowel de bij­schriften van alle werken die op zaal te zien zijn, als inhoudelijke teksten ter toelichting van be­lang­rijke makers en thema's. De digitale versie is hier te bekijken.
Posthuman; als je ogen eenmaal geopend zijn zie je het overal. Maar wat is het eigenlijk? In deze terugkerende reeks legt conservator Fredric Baas het uit. In de eerste column focust Baas zich op het veranderende menselijke lichaam, iets wat Oostenrijkse ontwerpers in de jaren zestig al...
Parallel aan de tentoonstelling presenteert architekturtheorie.eu een selectie van films over en door de protagonisten van de ten­toon­stelling, oor­spron­kelijk gemaakt voor en uit­ge­zon­den door het ORF. De films zijn vaak net zo radicaal als de mensen, ideeën en het...
Design zou vóór en mét iedereen moeten zijn, is de gedachte van de tentoonstelling ‘Victor Papanek: The Politics of Design’. De tentoonstelling vormde voor masterstudenten van het Critical Inquiry Lab van de Design Academy Eindhoven de aanleiding om een dialoog aan te gaan met het werk van...
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Na de tentoonstelling BodyDrift — Anatomies of the Future duikt Design Museum Den Bosch verder het thema ‘posthuman’ in. Onderzoeks­assistent Marthe Oosting denkt dat we de post­human hard nodig gaan hebben in de toe­komst. Niet om on­over­winne­lijke cyborgs te worden, maar...
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.
Fredric Baas, conservator van de tentoonstelling BodyDrift – Anatomies of the Future, deed twee jaar onderzoek naar het onderwerp posthuman. In deze serie artikelen neemt hij je mee in zijn onderzoek. Dit is deel 2: ‘What do posthumans wear?’
Het thema posthuman gaat lang niet alleen over design. Ook van bepaalde muziek gaat je cyborghart harder kloppen. Welke platen horen volgens jou in deze posthuman platenkast?
Ons lijf wordt, bewust en onbewust, geanalyseerd en gedigitaliseerd waarbij het onderscheid tussen de private en publieke sfeer steeds meer vervaagt. Ontdek 'The Biometric Body' in de tentoonstelling BodyDrift - Anatomies of the Future.