Skip to content

De tentoonstelling ‘Victor Papanek: The Politics of Design’ begint met een korte introductie over Victor Papanek en zijn gedachtegoed. Hier vind je de tentoonstellingstekst.

Victor Papanek: The Politics of Design is gewijd aan één van de belangrijkste design-denkers van de 20ste eeuw, aan zijn kerndoctrines en aan de vraag hoe we die naar de 21ste eeuw kunnen vertalen. “Ik zie design als een instrument voor politieke verandering,” zei Papanek, een Amerikaan van Oostenrijkse afkomst, in 1970 op de Zweedse televisie. In zijn bestseller Design for the Real World (1970/71) – tot op heden het meest gelezen designhandboek aller tijden – formuleerde hij deze boodschap op heldere en provocerende wijze. Zijn hele leven lang bleef hij die herhalen.

Papanek (1923–1998) had het daarbij over design voor minderheden, die als je ze optelt eigenlijk geen minderheden zijn; over de sociale, morele en ethische verantwoordelijkheid van designers; over ecologische duurzaamheid; over de processen en systemen waaruit design bestaat; over de consumptiemaatschappij en verspilling; en over onze allesverslindende drang steeds nieuwere dingen te bezitten.

Kortom: hij had het over de sociale en daarmee ook politieke draagwijdte van wat designers doen, terwijl die zich ogenschijnlijk enkel met de formele of functionele aspecten van hun werk bezighouden, met vraagstukken als de gebruiksvriendelijkheid of de verkoopbaarheid van hun ontwerpen.

Design is een zeer politiek beroep, dat is de belangrijkste boodschap die Victor Papanek had voor zijn tijdgenoten en iedereen die na hem kwam. Design is nooit zonder gevolgen. Het heeft altijd een impact op de samenleving, op het milieu en op de wisselwerking tussen beiden. Dat gold toen en dat geldt ook vandaag nog zo. Daarom bestaat de tentoonstelling niet enkel uit werk van Papanek, zijn studenten en andere tijdgenoten, maar bevat ze ook een aantal recente werken, zorgvuldig gekozen als consequent doorgedachte vertalingen van Papaneks ideeën naar de 21ste eeuw.

Gerelateerde verdieping items

Dit artikel van Maarten van Gestel verscheen eerder in Trouw onder de titel ‘Deze drie steenrijke broers sponsoren klimaatonderzoek, en zij zijn niet de enigen’ op 23 juli 2023. Maarten is ook te gast in de podcast Design voor de planeet, waarin hij meer toelichting geeft op het artikel.
Veranderingen waar de hele planeet mee te maken heeft, vereisen een wereldwijde visie op samenwerking, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Kan de mensheid zo’n wereld vormgeven?
Sieradenontwerper en kunstenaar Ted Noten laat zich graag inspireren door de natuur. Ideeën ontstaan namelijk niet in een atelier, maar juist daarbuiten, vindt hij. Hoe belangrijk de rol van de tekening hierin is, daar vertelt Ted meer over in deze video.
Christine Jetten ontwerpt glazuren en keramische gevelbekleding in opdracht van architecten die binnen het bestaande aanbod niet kunnen vinden wat ze zoeken. Over haar unieke proces vertelt ze meer in deze video.
In goth wordt het verleden gezien als een fotonegatief van de moderne tijd - in goede óf in kwade zin. Vaak zijn het daarbij juist de gebreken van technologie – de krassen op de film, de verkleuring van de foto – die een gothic gevoel aan het beeld geven.
Bij bezoek aan de tentoonstelling krijg je de catalogus mee. Hierin vind je zowel de bij­schriften van alle werken die op zaal te zien zijn, als inhoudelijke teksten ter toelichting van be­lang­rijke makers en thema's. De digitale versie is hier te bekijken.
Posthuman; als je ogen eenmaal geopend zijn zie je het overal. Maar wat is het eigenlijk? In deze terugkerende reeks legt conservator Fredric Baas het uit. In de eerste column focust Baas zich op het veranderende menselijke lichaam, iets wat Oostenrijkse ontwerpers in de jaren zestig al...
Parallel aan de tentoonstelling presenteert architekturtheorie.eu een selectie van films over en door de protagonisten van de ten­toon­stelling, oor­spron­kelijk gemaakt voor en uit­ge­zon­den door het ORF. De films zijn vaak net zo radicaal als de mensen, ideeën en het...
Design zou vóór en mét iedereen moeten zijn, is de gedachte van de tentoonstelling ‘Victor Papanek: The Politics of Design’. De tentoonstelling vormde voor masterstudenten van het Critical Inquiry Lab van de Design Academy Eindhoven de aanleiding om een dialoog aan te gaan met het werk van...
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.