Skip to content

De Verdieping / Architectuur

De publieke ruimte: kunst in de publieke ruimte

Lang is in Nederland het adagium van Thorbecke gehuldigd dat kunst geen zaak van de overheid is. Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog, of eigenlijk: al in de Tweede Wereldoorlog. Als directe bemoeienis van de Duitse dictator Adolf Hitler (1889-1945) werden eerst in nazi-Duitsland vanaf 1933 en vervolgens ook in bezette landen als Nederland vanaf 1940 de kunstsubsidies enorm vergroot en de opdrachten aan kunstenaars en ontwerpers flink uitgebreid. Na de Tweede We­reld­oorlog volgde de Nederlandse overheid dit beleid, al verwees het daarbij niet naar de nazi-oorsprong.

De bemoeienis met de kunsten was eerst nog incidenteel, maar groeide vanaf de jaren vijftig en zeker in de loop van de jaren zestig uit tot een systeem van subsidies, beur­zen en opdrachten voor ontwerpers en kunstenaars. De wetgeving en de be­stuur­lijke beslissingen op dit gebied hadden veel en vergaande gevolgen, zoals de Beeldende Kunstenaars Regeling (van 1956-1987), de oprichting van centra voor kunstuitleen en artotheken (vanaf 1970) en de zogenaamde percentageregeling beeldende kunst die in de vorm van de brochure ‘Decoratieve aankleding van rijksgebouwen en scholen’ in 1963 een bouwsom voor artistieke bijdragen vastlegde.

And how’s Picasso? Has he turned up already? I am anxious to move on, but so you will be, I guess.

— Ben Weehuizen, Hoofd Cultuur gemeente Rotterdam aan Carl Nesjar (1964)

Maar in de praktijk vond het nieuwe overheidsbeleid eerst maar moeilijk zijn weg. Dat is goed te zien aan de verwerving en plaatsing van het beeld Sylvette van Pablo Pi­cas­so (in samenwerking met de Noorse kunstenaar Carl Nesjar (1920-2015) in Rot­ter­dam. Hoewel Picasso (1881-1973) ook in Nederland een zeer bekend boegbeeld van de inter­nationale moderne kunst was, kreeg het beeld niet als vanzelf een plek in Rot­ter­dam. De gebombardeerde stad had weliswaar een ambitieuze naoorlogse traditie van fan­tas­tische beelden in de publieke ruimte als De Verwoeste Stad van Ossip Zadkine (1890-1967) en het grote constructivistische beeld aan de Coolsingel van Naum Gabo (1890-1977). Deze werden allemaal betaald door Rotterdamse bedrijven als De Bijenkorf, Unilever en Van Leer.

Sylvette was echter een overheidszaak. Ondanks Picasso’s bekende naam en diens persoonlijke goedkeuring leidde dat tot een zeer felle discussie in de pers en tot honderden overwegend negatieve reacties van het Rotterdamse publiek in de krant. Culturele voortrekkers van de Rotterdamse burgerij als de verzamelaar Piet Sanders (1912-2012), de directeur van Museum Boijmans Van Beuningen Coert Ebbinge Wubben (1915-2014) en cultuurwethouder Nancy Zeelenberg (1903-1986) maakten zich sterk voor de komst van het aanvankelijk 22 meter hoog gedachte beeld. Het mocht niet baten, het beeld kwam er niet, althans niet op dat formaat en niet zoals gepland op een open plek bij de Kralingse Plas.

Het moge dan waar zijn, dat thans grote weerstanden worden geuit in artistieke en kunstminnende kringen hier ter stede, daar staat tegenover dat een zo erkend expert als jhr. Sandberg uiterst positief staat tegenover het initiatief van dit project.

— Verslag vergadering gemeenteraad Rotterdam (1970), met dank aan Siebe Thissen (1960)

(Contrapunt)

De kansen van Sylvette keerden in 1970 tijdens de grote manifestatie C70 (Com­muni­catie 70) in Rotterdam. Een onderdeel van de manifestatie was een kunstfestival met een behoorlijk budget waardoor voorzitter Piet Sanders zijn kans schoon zag. Zonder veel overleg bestelde hij bij Nesjar/Picasso een verkleinde versie van Sylvette. Dit keer waren het niet alleen de Rotterdammers maar ook de jonge moderne kunstenaars die ageerden tegen de komst van de Picasso. Zij hadden op verzoek van C70 plannen gemaakt voor het Schouwburgplein in het hart van de lege stad, plannen die een nieuwe generatie formele en ludieke kunst vertegenwoordigden. Hoewel de Rot­ter­damse bevolking werd uitgenodigd mee te denken over de artistieke invulling van het plein, kon de nieuwste kunst op nog veel meer negatieve reacties van het publiek rekenen. Ook de jonge kunstenaars wezen Sylvette van de beroemde Picasso als een statusbeeld af en vonden vooral dat zij aan de beurt waren.

Sylvette kwam er nu wel, niet zoals eerst bedacht in Kralingen, maar voor het Bouw­centrum nabij het Centraal Station. Van de jonge garde werd het beeld van André Volten (1925-2002) uitgekozen, een abstracte sculptuur die te midden van de ludieke plannen voor het Schouwburgplein van kunstenaars als Marinus Boezem (1934), Marcel Broodthaers (1924-1976) en Pieter Engels (1938) in ieder geval een concreet karakter had. Sylvette kreeg overigens later een plek voor Museum Boijmans Van Beuningen, als onderdeel van vele honderden door de overheid betaalde kunstwerken die vanaf de jaren zestig in de Rotterdamse publieke ruimte werden geplaatst.

Gerelateerde verdieping items

In de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka onderzoekt Design Museum Den Bosch de relatie tussen traditie en moderniteit aan de hand van de baanbrekende ontwerpen van dr. Mahmoud Bodo Rasch. Hoofdcurator Yassine Salihine vertelt in een interview met NieuwWij hoe zijn ontwerpachtergrond en...
Traditie is een manier om een set vermeend authentieke gebruiken vast te leggen, letterlijk te conserveren. Ook in architectuur en design zijn tradities ontstaan, ideeën over wat de juiste manier is om deze toegepaste kunsten uit te oefenen. Toch wordt hier ook regelmatig mee gebroken.
Vanaf 1850 leidde de ontdekking van een vroegere ijstijd in Europa tot discussies over de oorzaken van klimaatverandering. Deze discussies versterkten het idee dat menselijke activiteiten het klimaat konden veranderen. Een rotsvast geloof in de kracht van de vooruitgang raakte wijdverbreid.
In de traditie van goth worden beelden, symbolen en stijlen naar hartenlust gemengd – het resultaat is een gedragen sfeer, die de fantasie prikkelt en de duisternis creëert. Goth is geen stijl in de traditionele zin, maar een gevoel.
Bij bezoek aan de tentoonstelling krijg je de catalogus mee. Hierin vind je zowel de bij­schriften van alle werken die op zaal te zien zijn, als inhoudelijke teksten ter toelichting van be­lang­rijke makers en thema's. De digitale versie is hier te bekijken.
Posthuman; als je ogen eenmaal geopend zijn zie je het overal. Maar wat is het eigenlijk? In deze terugkerende reeks legt conservator Fredric Baas het uit. In de eerste column focust Baas zich op het veranderende menselijke lichaam, iets wat Oostenrijkse ontwerpers in de jaren zestig al...
Parallel aan de tentoonstelling presenteert architekturtheorie.eu een selectie van films over en door de protagonisten van de ten­toon­stelling, oor­spron­kelijk gemaakt voor en uit­ge­zon­den door het ORF. De films zijn vaak net zo radicaal als de mensen, ideeën en het...
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.
De Oosterscheldekering in 1986 was de afronding van het Deltaplan, en betekende het einde van een tijdperk van het maakbare Nederlandse landschap. In deze periode werd het landschap ook steeds meer voor recrea­tieve doeleinden gebruikt - met de experience parken van Center Parcs als resultaat.