Naar de inhoud

De behoefte aan radicale verandering manifesteerde zich in de naoorlogse Oostenrijkse architectuur in een serie megalomane stadsontwerpen. Wat deze projecten verbindt is een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren. De toon werd gezet door Hans Hollein en Walter Pichler met de tentoonstelling Architektur die zij in 1963 in de Weense Galerie nächst St. Stephan organiseerden.

Deze tekst van Bart Lootsma is afkomstig uit de catalogus van de tentoonstelling. Klik hier voor de volledige catalogus.

Het praktische doel van deze projecten is op het eerste gezicht onduidelijk. In zijn manifest Absolute Architektur benadrukt Hollein dat architectuur een spirituele waarde aan alledaagse handelingen kan geven, die daardoor rituelen worden. Hij noemt dit cultische architectuur. Hollein streeft daarbij geen klassieke, maar een zinnelijke en gewelddadige schoonheid na.

Pichler ziet architectuur als een uitdrukking van macht waarin mensen gedwongen worden naar zijn maatschappelijke visie te leven. De vroege ontwerpen van Raimund Abraham en Laurids Ortner tonen de stad als een gigantische machine die door mensen in ruimtepakken bewoond wordt. Günther Feuerstein presenteert zijn ontwerpen voor stadscentra juist als tijdloze archetypen.

Gerelateerde verdieping items

In de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka onderzoekt Design Museum Den Bosch de relatie tussen traditie en moderniteit aan de hand van de baanbrekende ontwerpen van dr. Mahmoud Bodo Rasch. Hoofdcurator Yassine Salihine vertelt in een interview met NieuwWij hoe zijn ontwerpachtergrond en...
Traditie is een manier om een set vermeend authentieke gebruiken vast te leggen, letterlijk te conserveren. Ook in architectuur en design zijn tradities ontstaan, ideeën over wat de juiste manier is om deze toegepaste kunsten uit te oefenen. Toch wordt hier ook regelmatig mee gebroken.