Skip to content

De Verdieping / Architectuur / Van Bauhaus naar Mekka

Yassine Salihine: “Er is geen esthetiek zonder ethiek”

In de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka staan de baanbrekende ontwerpen van dr. Mahmoud Bodo Rasch centraal. Design Museum Den Bosch onderzoekt in deze tentoonstelling hoe traditie en moderniteit met elkaar verweven zijn. Hoofdcurator en tevens curator van de tentoonstelling Yassine Salihine, ging in gesprek met journalist Samira I. Ibrahim van NieuwWij. Ze spraken over inclusie in de cultuursector en hoe Salihine’s curatorschap geworteld is in zijn ontwerpachtergrond en islamitische ethiek.

Dit artikel verscheen op 18 november 2025 onder de titel ‘Yassine Salihine: “Er is geen esthetiek zonder ethiek”: Hoe hoofdcurator via design schoonheid en goedheid verweeft‘ en is aangevuld met beelden uit de tentoonstelling. 

Yassine Salihine: “Er is geen esthetiek zonder ethiek” – Hoe hoofdcurator via design schoonheid en goedheid verweeft

Door Samira I. Ibrahim

Inclusie in de cultuursector is geen eenmalige oefening, maar een doorlopende praktijk die keuzes zichtbaar maakt. Voor Yassine Salihine, hoofdcurator bij het Design Museum, is die praktijk geworteld in zijn ontwerpachtergrond en islamitische ethiek. “Objecten zijn door mensen gemaakt en dragen verhalen – over macht, traditie, geloof en klimaat. Mijn taak is om die verhalen zorgvuldig en gelaagd naar voren te brengen.”

In zijn nieuwe tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka, waarin het werk van architect en ontwerper Mahmoud Bodo Rasch centraal staat, onderzoekt hij hoe traditie vorm krijgt in moderniteit – en hoe de natuur antwoorden biedt op spanning, kracht en schaal. De tentoonstelling is te zien tot en met 5 april 2026 in het Design Museum in Den Bosch.

Geboren en getogen in Roosendaal, als kind van Marokkaanse ouders, wist Salihine al vroeg dat hij ontwerper wilde worden. “Waarom zien dingen eruit zoals ze eruitzien?” Die vraag werd zijn kompas.

Na het vwo begon hij aan de Design Academy Eindhoven, stapte over naar de opleiding journalistiek en werkte onder meer bij NRC als visueel journalist. “Beelden inzetten om inzichtelijk te maken wat we zien en waarom – dat was een natuurlijke brug tussen ontwerp en verhaal.” Toch bleef design trekken. Hij volgde een postgraduaat industrieel ontwerp aan de KABK (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten), bij een kennisinstituut in de schoenenindustrie gekoppeld aan het Schoenenmuseum, en richtte daarna zijn eigen studio op rond futures, design en ontwerpprocessen. Hij was betrokken bij het Stimuleringsfonds en maakte deel uit van de Raad van Toezicht van het Design Museum in Den Bosch. Inmiddels werkt hij daar nu al drie jaar als hoofdcurator.

Van lesgeven naar cureren

Jarenlang gaf hij daarnaast les op kunstacademies. “Ik ben inmiddels gestopt met onderwijs geven, omdat ik fulltime bij het museum werk,” zegt hij. “Maar ik ben echt trots op het onderwijs dat ik heb gegeven. Je begeleidt de nieuwe generatie ontwerpers en kunstenaars, geeft ze tools om zich te ontwikkelen en hun ideeën te uiten. Dat is ongelooflijk betekenisvol.” Die pedagogische blik – wat mensen nodig hebben om te maken, denken en twijfelen – kleurt zijn praktijk als curator.

Het museum is voor hem geen tempel met mooie dingen. “We laten geen objecten zien om hun glans. We tonen ze om de wereld te begrijpen. Elk object is een drager van keuzes, ideologie en geschiedenis.” Thema’s als patriarchaat, levensbeschouwing en klimaatverandering zijn in de designwereld vaak impliciet aanwezig, maar zelden expliciet gemaakt. “Als we willen dat de cultuursector werkelijk inclusief is, moeten we de keuzes in beeld brengen. Wat tonen we? Wat niet? Wie krijgt een podium, wie nauwelijks? Inclusiviteit is geen checkbox; het is een houding, elke dag opnieuw.”

Die houding is mede gevormd door een groeiend bewustzijn vanuit zijn islamitische achtergrond. “Creatie is één van de belangrijkste attributen van Allah. Het menselijk vermogen om te scheppen is een grote kracht én verantwoordelijkheid.” Dat bewustzijn vertaalt zich in ethische vragen: hoe doe je recht aan geschiedenis, welke verhalen belicht je, hoe ga je om met materialen en impact? “There is no aesthetics without ethics,” vat hij samen. Hij wijst op het Arabische woord voor schoonheid, husn, dat ook “het goede” betekent. “Schoonheid en goedheid horen bij elkaar; dat is geen bijzaak, maar de kern.”

Foto Ben Nienhuis

Natuurkunde, ritueel en zorg

Die kern krijgt scherpte in de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka, met het werk van Mahmoud Bodo Rasch als middelpunt. Rasch – opgeleid in de modernistische traditie en bekend van zijn lichte, mobiele structuren in heilige steden – is een sleutel om grotere vragen te stellen: wat is moderniteit, wat is traditie, en hoe bewegen ze samen? “In de hadj – de pelgrimage naar Mekka – is traditie de kern van het ritueel,” zegt Salihine. “De routes, de ritmes, de tijd: alles is geordend rond overgeleverde betekenissen. De vraag is: hoe geef je die traditiekern in de moderniteit vorm? Wat is dan nog modern en wat is traditie? Wat betekenen die begrippen eigenlijk?”

Rasch’ studio ontwikkelde onder meer de monumentale schaduwparasols en intrekbare luifels op de binnenplaatsen van de grote moskeeën in Mekka en in Medina. Zijn werk is technologisch geavanceerd en tegelijk diep verankerd in liturgische ritmes en klimatologische realiteit. Hier komen natuurkundige en spirituele vragen samen. “Hoe lost de natuur overspanning op? Hoe geleidt ze krachten?’’ legt Salihine uit. “Als honderdduizenden mensen samenkomen in extreme hitte, is schaduw geen esthetische luxe maar een morele noodzaak. Dan kijk je naar de natuur: hoe verdelen bomen overspanning, hoe vouwen bladeren? Je ziet principes: spreiden, scharnieren, vouwen, sequentieel openen, wind doorlaten in plaats van blokkeren.”

Rasch’ luifels en parasols volgen die logica: lichte membranen, elegante masten, slimme scharnierpunten; systemen die in minuten openen of sluiten, krachten afleiden en tegelijk transparant blijven voor wind en licht. “Hier versmelt biomimetica met liturgie,” zegt Salihine. “Vorm volgt verantwoordelijkheid.” De modernistische erfenis van Bauhaus – licht, modulair, industrieel vervaardigbaar – wordt niet verlaten, maar herverdeeld: technologie dient niet de glans van een object, maar de zorg voor gemeenschappelijkheid.

Inclusie is zo materieel. “Inclusie is niet alleen wie je toont,” zegt hij, “maar hoe je ontwerpt voor de meest kwetsbare lichamen, in de meest veeleisende omstandigheden. In Mekka betekent dat: hitte verminderen, stromen geleiden, veiligheid waarborgen, zonder de rituele waardigheid te schaden. Dat is ethiek in hardware.”

Toch wringt er iets, erkent hij. “Ik vind het heel jammer hoe weinig mensen van kleur en moslims rondlopen in de creatieve sector in Nederland. We onderschatten als moslims hoe belangrijk creativiteit is.” Voor Salihine is kunst geen luxe, maar infrastructuur van verbeelding. “Kunst en creativiteit spelen een grote rol in het veranderen van denkbeelden en wereldperspectieven – via theater, beeldende kunst, design. Dat is de kern van beschaving: schoonheid toevoegen en momenten van reflectie creëren voor de samenleving. Dat is onmisbaar.”

Zijn antwoord is even praktisch als principieel. “Overal waar ik ben, waar de deuren voor mij zijn opengegaan, probeer ik ook deuren open te zetten voor anderen. Zodat mensen een plek krijgen om verhalen te vertellen die verteld móéten worden, en een plek vinden in de wereld van kunst en creativiteit.” Dat doet hij niet alleen als curator, maar ook in bestuurskamers. “Ook in de raden van toezicht en culturele besturen waar ik zit, probeer ik ruimte te maken voor de global majority – want daar worden de besluiten genomen. Representatie zonder macht is decor. We moeten ook de structuren veranderen.”

De tentoonstelling nodigt bezoekers uit om verder te kijken dan de façade van vorm. Moderniteit wordt niet verengd tot een westerse canon; ze wordt geopend als meervoudige praktijk. “We denken vaak in scheidslijnen,” zegt Salihine. “Maar Rasch laat zien dat moderniteit meervoudig is. Met hetzelfde vocabulaire van scharnieren, membranen, masten en knopen kun je een rituele ecologie bouwen. Traditie is niet conservatief; ze is vormkrachtig en uitvindersrijk.” In de zalen zijn schetsen, schaalmodellen, materiaalstalen en filmische documentatie van openingsmechanieken en windproeven te zien, naast stemmen van pelgrims en conservatoren uit Mekka en Medina. “We tonen niet alleen het ‘wat’, maar het ‘waarom’ en het ‘hoe’.”

Foto Ben Nienhuis

Verwondering en bewustzijn

Wat hoopt hij dat bezoekers meenemen uit Van Bauhaus naar Mekka? “Twee dingen. Ten eerste: verwondering – dat traditie en moderniteit elkaar kunnen versterken. Dat een parasol meer is dan schaduw: het is een interface tussen lichaam, klimaat en gebed. Ten tweede: bewustzijn – dat schoonheid en goedheid samen optrekken. Als je ziet hoe elegant een luifel opent en hoe die beweging hitte, lucht en licht regelt, zie je esthetiek als zorg. Dat is husn.” Die blik reikt verder dan deze tentoonstelling. “Of je nu een museumzaal ontwerpt, een publieke ruimte of een product: vraag wat de natuur al weet over krachten, en wat rituelen nodig hebben van vorm. Dan wordt vormgeving een manier van samenleven.”

Aan het eind keert Salihine terug naar zijn kernzin. “There is no aesthetics without ethics.” Niet als restrictie, maar als uitnodiging: om moderniteit te denken als relationele intelligentie – met traditie, met klimaat, met lichamen. In die sleutel wordt het designmuseum geen zaal van vitrines, maar een ruimte om te oefenen in verantwoordelijkheid. “We laten zien dat schoonheid begint bij het goede doen. En dat het goede doen vaak begint met iets heel concreets: een scharnier dat precies op het juiste moment meegeeft, zoals de natuur dat al eeuwen doet.”

 

Over de auteur: Samira I. Ibrahim is hydroloog en theoloog. Ze heeft een passie voor interdisciplinair onderzoek op het snijvlak van mens, natuur en samenleving. Naast haar academische werk is ze maatschappelijk actief en betrokken bij verschillende stichtingen en collectieven die zich inzetten voor een rechtvaardigere en duurzamere toekomst. Met haar veelzijdige achtergrond weet zij bruggen te slaan tussen wetenschap, zingeving en maatschappelijke praktijk.


Met toestemming van
NieuwWij gepubliceerd. 

Gerelateerde verdieping items

In de traditie van goth worden beelden, symbolen en stijlen naar hartenlust gemengd – het resultaat is een gedragen sfeer, die de fantasie prikkelt en de duisternis creëert. Goth is geen stijl in de traditionele zin, maar een gevoel.
Bij bezoek aan de tentoonstelling krijg je de catalogus mee. Hierin vind je zowel de bij­schriften van alle werken die op zaal te zien zijn, als inhoudelijke teksten ter toelichting van be­lang­rijke makers en thema's. De digitale versie is hier te bekijken.
Posthuman; als je ogen eenmaal geopend zijn zie je het overal. Maar wat is het eigenlijk? In deze terugkerende reeks legt conservator Fredric Baas het uit. In de eerste column focust Baas zich op het veranderende menselijke lichaam, iets wat Oostenrijkse ontwerpers in de jaren zestig al...
Parallel aan de tentoonstelling presenteert architekturtheorie.eu een selectie van films over en door de protagonisten van de ten­toon­stelling, oor­spron­kelijk gemaakt voor en uit­ge­zon­den door het ORF. De films zijn vaak net zo radicaal als de mensen, ideeën en het...
De oliecrisis en de milieuproblematiek leiden internationaal tot een herbezinning op de technologische fascinaties van de avant-gardes van de jaren zestig. Vooral Haus-Rucker-Co reflecteert met grote in­stal­la­ties op de consequenties van milieuvervuiling.
De prototypen van Walter Pichler zijn perfect uitgevoerde en functionerende meubels en ge­bruiks­voorwerpen. Door bepaalde effecten van het gebruik van dagelijkse objecten te benadrukken, laten deze prototypen de kille en ver­vreemdende werking ervan zien.
In de jaren zestig en zeventig veranderen nieu­we media als radio, telefoon en tv de relatie tussen mens en omgeving. De impact op de menselijke ervaring van de omgeving, maakt waarneming een belangrijk thema voor veel kunstenaars en ontwerpers in deze periode.
Het besef dat de cybernetica het functioneren van design, architectuur en stedenbouw ingrijpend zou gaan beïnvloeden, was in Oostenrijk al vroeg aanwezig. Over de consequenties daarvan wordt in tal van projecten gespeculeerd.
Met zijn manifest Alles ist Architektur rekent Hans Hollein af met de traditionele definitie van architectuur: "Onze inspanningen zijn ge­richt op het milieu als geheel en op alle media die dat bepalen. Zowel de televisie, het kunst­matige klimaat, de transporten, de kleding, de telefoon...
'Schöner Wohnen, of de vernietiging van de bewoonbare doodskist' is een film die ar­chi­tec­tuur­collectief Salz der Erde in 1971 maakte, en waarin het ideaal van het gelijknamige smaak­vol-burgerlijke woon­tijd­schrift genadeloos onderuit wordt gehaald.
De optredens van de Aktionisten zorgden steeds vaker voor schandalen. Dit culmineerde in 1968 in de happening Kunst und Revolution die in het kader van studenten­protesten georga­ni­seerd werd door de kunstenaar Peter Weibel en plaatsvond in een prominente collegezaal van de Weense...
De behoefte aan radicale verandering mani­fes­teerde zich in het naoorlogse Oosten­rijk in een serie megalomane stads­ont­werpen. Deze pro­jecten delen een obsessie met technologie en infrastructuur en een drang om compleet nieuwe manieren van samenleven te creëren.
Het Aktionisme is de geheel eigen, Oosten­rijkse variant van de performancekunst. Door middel van choreografieën met naakte licha­men, verf en bloed in combinatie met luide muziek brachten zij de deelnemers en het publiek in een roes.
De Oosterscheldekering in 1986 was de afronding van het Deltaplan, en betekende het einde van een tijdperk van het maakbare Nederlandse landschap. In deze periode werd het landschap ook steeds meer voor recrea­tieve doeleinden gebruikt - met de experience parken van Center Parcs als resultaat.